De Peel

Ooit lag er op de grens van Limburg en Brabant een uitgestrekt hoogveengebied. Hoogveen bestaat uit een bovenlaag van levende planten, vooral veenmos, en daaronder een laag met afgestorven plantenresten van soms wel zes meter dik. Dat bleek prima brandstof: de turf. In de periode 1850 – 1950 werd de meeste turf uit de grond gehaald. Na de turfwinning werd een groot deel van het gebied ontgonnen om er landbouwgrond van te maken. De huidige natuurgebieden Deurnsche Peel, Mariapeel en Groote Peel ontsprongen de dans van de ontginning en bleven gespaard als natuurgebieden.

image004

De Peel: meer dan veenmos

image007Veenmos is het fundament van het hoogveen, maar hoogveengebieden zijn ook de leefgebieden van talloze andere bijzondere, vaak zeldzame planten en dieren. En een adembenemend mooi landschap: weids en nat, waar de stilte zich aan je opdringt. Natuurgebieden die het verdienen om in stand gehouden te worden.

Zo’n tien eeuwen terug was een groot deel van Nederland bedekt met hoogveen, we spreken dan over honderdduizenden hectaren. Rond 1900 was daar nog 90.000 hectare van over, nu is dat nog maar 5500 hectare. Op de kaart rechts is de ligging van de hoogveengebieden in Nederland te zien.

In het allergrootste deel van de nog resterende 5500 hectare hoogveen treedt geen veenvorming meer op, we spreken van gedegenereerd hoogveen. Slechts een paar hectare levend hoogveen is nog over: in het Bargerveen en het Witterveld in Drenthe en in de Peel in Brabant/Limburg. Behoud en uitbreiding van de oppervlakte levend hoogveen is mogelijk, mits de waterhuishouding in de veengebieden op orde komt. Omdat in de Peelgebieden te realiseren, is daar de afgelopen jaren een aantal herstelwerkzaamheden uitgevoerd. In de Mariapeel en de Groote Peel starten binnenkort werkzaamheden.

Hoogveen is niet rijk aan image008plantensoorten. Naast het veenmos, waarvan enkele tientallen soorten bestaan, zijn kenmerkende planten het eenarig wollegras, veenpluis, veenbies, zonnedauw, witte snavelbies en een aantal planten die tot de heidefamilie behoren: lavendelhei, struikhei, gewone dophei en kleine veenbes.

Lavendelheide (foto:NN)

 

 

 

Vogels zijn er aanwezig inimage005 soorten en maten, jaarlijks broeden er ongeveer 90 soorten. Het afwisselende landschap en de rust zijn verantwoordelijk voor deze soortenrijkdom. Blauwborst, roodborsttapuit, sprinkhaanzanger en nachtzwaluw zijn broedvogels van het weidse open landschap. In de plassen broeden dodaars, geoorde fuut, wintertaling, kuifeend en grauwe gans, de moerassige oevers zijn het leefgebied van rietgors en waterral.

blauwborst (foto: Saxifraga, Luc Hoogenstein)

Tijdens de trek in voor- en najaar laten zich weer andere vogels zien. Bekend is de Peel om de doortrekkende kraanvogels. Soms kunnen duizenden vogels op één dag waargenomen worden. En dan natuurlijk de ganzen. In de wintermaanden verblijven er duizenden in de Peel. Imposant zijn hun massale avond- en ochtendvluchten naar en van de slaapplaatsen in het gebied. Het betreft vooral kol- en rietganzen.

Kenmerkend vooimage009r de Peel zijn ook de libellen. Tijdens een zonnige zomerdag vliegen ze massaal rond, het is niet voor niets dat het beeldmerk van het Nationaal Park De Groote Peel een libel is. In totaal zijn er in Nederland zo’n 70 soorten bekend waarvan de helft in de Peel voorkomt. Echte hoogveenlibellen zoals de Noordse witsnuitlibel, de venwitsnuitlibel, de maanwaterjuffer en de koraaljuffer worden aangetroffen, maar ook veel algemene soorten met prachtige namen als viervleklibel, watersnuffel en paardebijter.

spiegeldikkopje (foto: NN)

Veel vlindersoorten vinden er ook een plekje. Algemene soorten, maar ook bijzondere soorten als het spiegeldikkopje, bont dikkopje en het heideblauwtje.

Kleine waterplimage010assen en poelen in de Peel zijn het voortplantingsgebied van kikkers en salamanders. Algemene soorten als de groene- en bruine kikker en de pad maken daar gebruik van, maar ook de minder algemene heikikker. Drie soorten salamanders komen er voor: de kleine watersalamander, de alpenwatersalamander en de vinpootsalamander.

heikikkers (foto: Jos Crins)

Twee mysterieuze  bewoners van de Peel zijn de levendbarend hagedis en de gladde slang, u heeft wat geluk nodig om ze te zien. Beide soorten zijn koudbloedige dieren en hebben de zon nodig om op bedrijfstemperatuur te komen. Daarom liggen ze vaak op zonnige plekken om op te warmen. Bermen van wandelpaden zijn favoriet.

 

 

image015Van de grote zoogdieren die in de Peel leven is de kans op een ontmoeting met een ree het grootst. Vos en das, en in de Groote Peel ook het wilde zwijn, laten zich minder makkelijk zien. Wezel, hermelijn en bunzing behoren ook tot de rijke fauna van de Pelen. In de avondschemering is de vleermuis present.

Vos (foto: P. Driessen)